Na 20 jaar is de ‘War on Terror’ volwassen

Twintig jaar na de aanslagen op het World Trade Center en het Pentagon lijkt de War on Terror op z’n retour. De oorlogen in Irak en Afghanistan zijn beëindigd en presidenten Donald Trump en Joe Biden prediken America First. Toch is niets minder waar – de oorlog is nog in volle gang. Wel is de wereldwijde operatie na jarenlang vallen en opstaan volwassen geworden. Dat wil zeggen: goedkoper en doelgerichter.

Niet Trump, maar George W. Bush beloofde als eerste om Amerika weer op één te plaatsen. In de campagne van 2000 keerde hij zich tegen de ‘oneindige’ militaire operaties van Bill Clinton in Somalië, Haïti en Joegoslavië. ‘Ik vind niet dat onze troepen voor nation building gebruikt moeten worden’, zei Bush. Hij pleitte voor een ‘nederig buitenlandbeleid’ met korte, gerichte militaire operaties met een duidelijke exit-strategie. De aanslagen van 11 september 2001 wijzigden zijn visie radicaal. Plots was daar de Bush-doctrine: preventieve aanvallen tegen terreurnetwerken en regeringen die deze netwerken of hun wapens herbergden, moesten nieuwe aanslagen voorkomen. Onder meer Noord-Korea, Iran en Irak vormden een ‘as van het kwaad’ en moesten buigen of breken.

Een maand na 9/11 begon de oorlog in Afghanistan. In 2003 vielen de Amerikanen ook Irak binnen. De missies slaagden. De Taliban en Saddam Hussein vielen. Al Qaida werd weggevaagd. Osama bin Laden is dood. Maar: de Taliban zijn terug en nieuwe terreurnetwerken broeien wereldwijd op. Na een kostenplaatje van triljarden dollars en duizenden gesneuvelde jongens en meisjes blijft het spandoek met daarop mission accomplished voorlopig in de kast.

De Verenigde Staten leerden van hun fouten en moderniseerden de oorlog tegen terreur. Vrijwel dagelijks grijpt het Amerikaanse leger wereldwijd met harde hand in, maar dubieuze regimes mogen in het zadel blijven. Barack Obama negeerde zijn zelfbenoemde ‘rode lijn’ in Syrië en Trump haalde de laatste Amerikanen daar zelfs vandaan. Trump sloot zelfs een deal met de Taliban: in ruil voor een staakt-het-vuren trekken wij al onze militairen terug. Biden klampte zich aan Trumps tijdlijn vast – de president wilde tien jaar eerder al uit Afghanistan vertrekken. Als vicepresident verweet hij Obama, die op verzoek van het Pentagon de militaire missie tegen zijn verkiezingsbelofte in tóch verlengde, knikkende knieën.

‘Ons leger heeft geen nieuwe vliegdekschepen nodig’, zei Obama in 2012, ‘maar speciale eenheden die snel gerichte acties kunnen ondernemen.’ Dankzij deze strategie werden drone-aanvallen dagelijkse kost. Obama en Trump bevolen jaarlijks gemiddeld meer dan honderd bombardementen in Pakistan, Yemen, Somalië en Libië. De enorme dataverzamelingsoperaties en harde verhoormethodes, mede mogelijk gemaakt door de controversiële Patriot Act, zijn gemeengoed geworden. Het Homeland Security-departement, opgericht na 9/11 en door critici aanvankelijk bespot als een enorme lege huls, is vandaag de dag een van de grootste en invloedrijkste ministeries.

Twee decennia na de aanslagen van 2001 dendert de strijd tegen terreur lean and mean voort. Na aanvankelijke, begrijpelijke paniekreacties met verstrekkende gevolgen, is de War on Terror een volwassen operatie die ook haalbaar en betaalbaar moet zijn. De dollars die Washington daarmee bespaard gaan naar een andere, langgekoesterde wens van Amerikaanse kiezers: binnenlandse nation building.