Column: Fortuynisme relevanter dan ooit

Raymond Mens 6 mei 2021
0 people like this post

Negentien jaar na de moord op Pim Fortuyn dendert zijn politieke erfenis nog steeds door. Als trendsetter brak hij het bestel open voor buitenstaanders en startte hij een zelfbenoemde ‘koude oorlog’ tegen de islam. Zijn belangrijkste wapenfeiten, de menselijke maat en het politieke debat, zijn thema’s waar Den Haag juist vandaag de dag mee worstelt.

Op 15 mei 2002 behaalde Fortuyn postuum een monsterzege bij de Tweede Kamerverkiezingen – zijn Lijst Pim Fortuyn denderde met 26 zetels het parlement binnen. Twee decennia later zetten de Partij voor de Vrijheid, Forum voor Democratie en JA21 Fortuyns strijd tegen de elite en de islamisering van Nederland voort. De afgelopen jaren duidden zowel politici als politicologen het Fortuynisme dan ook als ‘Nederland is vol.’ Oftewel: rechts en populistisch. Dit is niet alleen onjuist, maar miskent Fortuyns belangrijkste wapenfeiten: zijn strijd tegen schaalvergroting in de collectieve sector en de vastgelopen bestuurderscultuur.

Waar de samenleving in een ramp tempo moderniseert, moest de overheid volgens Fortuyn in eenzelfde tempo mee moderniseren. Waar de wereld globaliseert, moest de overheid juist kleinschaligheid bewaken. De menselijke maat moest centraal staan. Kleine ziekenhuizen, kleine scholen, een politiebureau om de hoek en kleine gemeenten. En ja: de grenzen zoveel mogelijk dicht. Ieder dorp zou één loket moeten hebben waar je al je overheidszaken in één ruk en op een menselijke manier af kunt handelen.

Oplossingen vonden voor deze uitdagingen, schreeuwde volgens Fortuyn om een nieuwe wijze van politiek bedrijven, wars van traditionele scheidslijnen. “Je zult toch het verhaal op een wat andere manier moeten vertellen”, constateerde hij. “Omdat de scheidslijn op het ogenblik niet meer via ideologieën loopt. Ook niet meer via godsdienst. Die loopt gewoon via oud en nieuw. Goed en slecht. Werkt het wel of werkt het niet. Zo zit de moderne mens in elkaar.”

Fortuyn omarmde weliswaar het poldermodel, maar klaagde steen en been over de poldercultuur. Hoewel de Paarse kabinetten begin jaren negentig volgens hem “hoopvol” van start gingen, sloten de ramen zich al snel. Het torentjesoverleg tussen de coalitiepartners maakte een gezond debat in de Kamer onmogelijk. Racistische labels voor iedereen die immigratie ter discussie stelt, bevroor het publieke debat hierover. Tegenstellingen juichte hij toe. “Eerst verkiezingen, dan pas compromissen sluiten” luidde zijn devies.

Het Fortuynisme is zowel inhoudelijk als qua stijl nog relevanter dan negentien jaar geleden. En hoewel diverse politici de afgelopen jaren claimden het gedachtengoed van ‘professor Pim’ voort te zetten, slaagde vooralsnog niemand erin om zijn belangrijkste wapenfeiten te realiseren.

Category: Column
  • 0
  • 93